De Huizen van het Kind ziet de Vlaamse regering al enige tijd als spil in de perinatale zorg. Vandaag verscheen in Het Staatsblad een ministerieel besluit dat het nieuwe subsidiekader voor tien proefprojecten, goedgekeurd op 17 oktober 2025, bekrachtigt. Het doel: betere zorg en ondersteuning voor zwangere vrouwen, hun kinderen en hun gezin tijdens de cruciale eerste 1000 dagen.
De subsidiepot bedraagt in totaal 780.000 euro, gelijk verdeeld over die tien projecten die lopen van 15 december 2025 tot 31 december 2026. Ze dienen te worden uitgevoerd via de Huizen van het Kind en samenwerkingsverbanden binnen één eerstelijnszone. De projecten moeten de brug slaan tussen medische perinatale zorg en psychosociale ondersteuning, met nadruk op zorgcoördinatie en trajectondersteuning.
Screening en opvolging, sleutelrol artsen
Centraal staat het gebruik van de BIB-tool (Born in Belgium), een universeel screeningsinstrument dat kwetsbaarheden bij zwangere vrouwen in kaart brengt. Acht indicatoren worden systematisch bevraagd: financiële problemen, mentale gezondheid, huisvesting, sociale steun, middelengebruik, communicatiebarrières, geweld en verblijfsstatus.
Artsen spelen een sleutelrol in: de toeleiding naar de screening, deelname aan prenatale adviesgesprekken, betrokkenheid bij perinatale overlegmomenten, samenwerking met trajectondersteuners en zorgcoördinatoren en tot slot samenwerking in de praktijk. Bedoeling is dat de pilootprojecten nauwe banden smeden tussen de talloze betrokken partijen. In eerste instantie de perinatale actoren (gynaecologen, vroedvrouwen, pediaters), maar ook de preventieve gezinsondersteuning, lokale besturen en jeugdhulp en de zorgraden/implementatiecoaches.
Het komt erop neer dat de medische expertise van artsen ingebed wordt in een breder netwerk van sociale en preventieve zorg. De projecten bestaan uiteraard niet in het luchtledige, ze moeten verantwoord en geëvalueerd worden. Dat gebeurt via het aantal gescreende zwangere vrouwen, het aantal adviesgesprekken en trajecten met zorgcoördinatie. Iets wolliger lijken deze te toetsen criteria: kwaliteit van de samenwerking en afstemming met gezinnen en de 'mate van geïntegreerde zorg'.
Praktisch
Elke begunstigde moet tegen april 2027 een inhoudelijk en financieel verslag indienen. Minstens 80% van de subsidie moet rechtstreeks naar dienstverlening gaan.
Voor eerstelijnsartsen of artsen actief in perinatale zorg biedt dit besluit een raamwerk om structureel samen te werken met Huizen van het Kind, en screening en opvolging van psychosociale kwetsbaarheid te integreren in de dagelijkse praktijk. Ze kunnen actief deelnemen aan multidisciplinaire overlegmomenten en bijdragen aan een geïntegreerd zorgtraject dat medische en sociale dimensies combineert.
Het besluit erkent expliciet het belang van het Nederlands in de uitvoering, en voorziet controle door Zorginspectie om de kwaliteit en doelmatigheid te bewaken.








