De opleiding vroedkunde kent dit academiejaar een spectaculaire groei. Volgens cijfers van de Vlaamse Hogescholenraad schreven zich in 2024–2025 2.170 studenten in, een stijging van 22,85 % tegenover het jaar voordien. De totale instroom in het Vlaamse hoger onderwijs steeg in dezelfde periode met 2,1 %. Maar intussen blijven de jobs voor vroedvrouwen uit. Gynaecoloog Tom Bovyn pleit voor bijsturing.
De toename springt in het oog en wordt in onderwijs- en zorgkringen al het ‘An Lemmens-effect’ genoemd. In de VTM-reeks ‘Een Echte Job: Vroedvrouw An’ werd presentatrice An Lemmens gevolgd tijdens haar opleiding tot vroedvrouw. Het programma bracht het beroep warm en mensgericht in beeld, wat volgens hogescholen leidde tot aanzienlijk meer belangstelling bij jongeren.
Daarnaast speelt ook de bredere maatschappelijke aandacht voor natuurlijke en vrouwgerichte geboortezorg een rol. De vroedvrouw wordt vandaag meer dan ooit gezien als een autonome zorgprofessional met een belangrijke plaats in het geboorteproces.
Toch ziet dr. Tom Bovyn ook de keerzijde: “We zien helaas geen daling in de instroom. De arbeidsmarkt voor vroedvrouwen is al jaren verzadigd. Veel jonge vroedvrouwen vinden moeilijk werk buiten de klassieke domeinen zoals verloskunde, fertiliteit of neonatologie.” Volgens Bovyn is een bijsturing nodig. “De Federale Raad voor Vroedvrouwen heeft eerder al gepleit voor een toelatingsproef of numerus clausus, maar daar is beleidsmatig nog niets mee gebeurd.”
Hij wijst ook op de opleiding zelf, die in Vlaanderen drie jaar duurt, terwijl dit in Nederland vier jaar is. Zowel federaal minister Frank Vandenbroucke als de Federale Raad voor Vroedvrouwen willen dat het opleidingsprofiel wordt herbekeken, zodat alle facetten van het beroep voldoende aan bod komen.
Omscholing naar verpleegkunde?
Sinds een wetswijziging mag wie na 1 oktober 2018 afstudeerde als vroedvrouw enkel verpleegkundige handelingen uitvoeren binnen verloskunde, fertiliteit, gynaecologie en neonatologie. Dat beperkt de inzetbaarheid aanzienlijk. “Daarom is het logisch om werk te maken van een vlot omscholingstraject naar verpleegkunde,” stelt Bovyn.
Zo’n traject bestaat vandaag, maar het neemt twee jaar in beslag, wat voor veel afgestudeerden een drempel vormt. “Vroeger was het één en hetzelfde diploma. Nu moet je na drie jaar nog eens twee jaar studeren om als volwaardig verpleegkundige aan de slag te kunnen. Dat schrikt af.”
Dr. Bovyn pleit voor een korter en gerichter schakeljaar, en wijst op het bredere financieringsmodel waarin hogescholen vooral beloond worden op basis van inschrijvingsaantallen, ongeacht de arbeidsmarktrelevantie van de opleiding. “Dat zorgt ervoor dat populaire opleidingen blijven groeien, ook als de werkgelegenheid beperkt is.”
Nieuwe werkgroep, oude bezorgdheden
Hij signaleert dat er binnen het RIZIV opnieuw wordt nagedacht over de organisatie van de geboortezorg, onder meer via een nieuwe werkgroep onder leiding van Mickaël Daubie.
Tom Bovyn verwijst naar wat er in het regeerakkoord staat: “Samen met gynaecologen en vroedvrouwen maken we werk van een geïntegreerde en interdisciplinaire benadering van de perinatale zorg. We willen daarbij de rol van de vroedvrouwen in de opvolging van de laagrisicozwangerschap versterken en zorgen voor een leefbaar kader voor vroedvrouwen in de eerste lijn. Kwaliteitsvolle zorg én de vrije keuze moeten daarbij centraal blijven staan.”
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir gaf eerder aan dat ze investeringen in het hoger onderwijs wil koppelen aan een herziening van het opleidingsaanbod. Volgens Bovyn is er nood aan een betere afstemming tussen opleidingen en de noden op het terrein.








