Omgevingsgerelateerde blootstellingen en gynaecologische kanker

De incidentie van hormoongevoelige borst-, baarmoeder-, eierstok-, testikel-, prostaat- en schildklierkanker is in de laatste decennia sneller gestegen dan de genetische drift. Die stijging van het aantal diagnoses kan deels het gevolg zijn van een betere detectie en screening, maar er werd een hypothese opgeworpen dat de stijging van die vormen van kanker deels ook te wijten is aan de keuzes die we maken over hoe we willen leven (zoals wat we eten, de leeftijd waarop we ons eerste kind krijgen, het gebruik van farmaceutische producten en verpakkingen van voedsel en drank) alsook aan hormoonontregelaars in het milieu (1).

De hormoonontregelaars (EDC’s) die het vaakst in verband worden gebracht met een verstoorde borstontwikkeling zijn o.a. dioxines, pesticides zoals DDT en DDE, BPA, ftalaten en perfluoroctaanzuur. Ook andere types van kanker, zoals baarmoeder- en eierstokkanker, zijn in verband gebracht met blootstelling aan EDC’s, en verdienen het om verder te worden onderzocht (2). Andere studies wijzen op het verband tussen luchtvervuiling en borstkanker. Al die vele bronnen van blootstelling moeten dus in overweging worden genomen. Die kunnen samenhangen met onze levensstijl, de plaats waar we wonen, ons werk enz.

De resultaten kunnen aanzienlijk beter op mensen worden toegepast als we meer inzicht krijgen in de endocriene principes volgens welke EDC’s werken: niet-monotone dosis-responsrelaties, effecten bij lage doses en ontwikkelings­gevoeligheid (gevoeligheidsperioden, niet-monotone dosis-responscurves). Die informatie zou onderzoekers, artsen en andere zorgverstrekkers de regelgevers en politieke beleidsmensen beter kunnen begeleiden in het nemen van verantwoorde beslissingen (2).

Er zijn nieuwe begrippen ontstaan, zoals exposoom, wat staat voor de som van alle elementen waar een individu op een bepaald moment aan is blootgesteld. Het omvat de transgenerationele effecten die hij of zij krijgt van ouders en grootouders, de blootstelling in utero, de blootstelling als baby (1.000 eerste dagen) en de dagelijkse blootstelling in het verdere leven (werk, thuis, levensstijl). Het begrip DOHAD (developmental origins of health and disease) staat voor het deel van de blootstelling in utero dat verantwoordelijk is voor chronische ziekten, waaronder kanker, later in het leven.

Ten slotte zijn het type analyse (het begrip ‘drempelwaarde’) en het bereik van de doses die worden gebruikt in de evaluaties van gewone toxicologische risico’s vaak onnauwkeurig als ze worden toegepast op EDC’s (3).

Vandaag de dag moeten patiënten met borstkanker en groepen met een hoog risico op borstkanker voorzichtig zijn met de samenstelling van schoonheidsproducten die fenolen en parabenen bevatten (4). Artsen spelen daarom een fundamentele rol als het gaat over de communicatie inzake het milieurisico. Dat is trouwens een wettelijke verplichting, door de wet op patiëntenrechten van 22 augustus 2002, Art.7.§1. De patiënt heeft het recht om door zijn zorgverstrekker te worden ingelicht over alle informatie die hem betreft, en die nodig kan zijn om zijn gezondheidstoestand en waarschijnlijke evolutie te begrijpen. Een patiënt kan het feit inroepen dat hij niet werd gewaarschuwd en dus de kans heeft verloren om zijn blootstelling en die van zijn kinderen te beperken (begrip van ‘verlies van kans’).

Wat die verplichting betreft, verzwakt de ‘cultuur van onwetendheid’ ons, en bovendien zijn artsen onvoldoende opgeleid op het vlak van milieugeneeskunde. Wie is er bijvoorbeeld van op de hoogte dat er tussen 1951 en 1981 in Frankrijk 160.000 kinderen werden blootgesteld aan DES (diethylstilbestrol)? Uit een retrospectieve studie uit 2016 (Réseau DES France), uitgevoerd op 4.409 zwangerschappen van kleinkinderen (f2) (2.228 meisjes en 2.181 jongens), blijkt dat er 1/4 premature bevallingen waren, het risico op miskramen dubbel zo hoog was, de neonatale sterfte 8 keer hoger lag, het relatieve risico op hypospadie 5 keer hoger was, en dat op atresie van de slokdarm en tracheo-oesofageale fistels 2 keer hoger. Voor zover we op dit moment weten, is er nochtans geen effect van EDC’s op de gynaecologische gezondheid van kleine meisjes.

In de praktijk is er bijzondere aandacht nodig voor dochters (f1) en kleinkinderen (f2 jongens) (5). Voortaan moeten we bij de medische anamnese van kankerpatiënten rekening houden met de blootstelling van de ouders en grootouders.

  • Namens de ‘milieucel’ van de Franstalige huisartsenvereniging Société Scientifique de Médecine Générale

  • 1. American Cancer Society. Cancer Facts & Figures 2014. Atlanta, GA: American Cancer Society; 2014

    2. EDC-2: The Endocrine Society’s Second Scientific Statement on Endocrine-Disrupting Chemicals. Endocrine Rev 2015;36(6):E1-E150.

    3. Vandenberg LN, Colborn T, Hayes TB, et al. Hormones and endocrine-disrupting chemicals: Low-dose effects and nonmonotonic dose response. Endocrine Rev 2012;33:378-455.

    4. Yao Xiong, Zhiyu Li, Xiong Xiong, et al. Associations between phenol and paraben exposure and the risk of developing breast cancer in adult women: a cross-sectional study. Scientific Reports 2025;15:4038.

    5. Diéthylstilbestrols (DES): also harms the third generation. Effet Epigénétique. Prescrire Int 2016;25(177):294-8.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.