Primeur: DNA-test identificeert daders seksueel geweld bij minimaal bewijsmateriaal 

UZ Leuven en KU Leuven hebben een nieuwe techniek ontwikkeld om daders van seksueel geweld te identificeren in dossiers waar dat vroeger onmogelijk was. De techniek is een internationale primeur en staat ter beschikking voor centra na seksueel geweld in binnen- en buitenland, heeft UZ Leuven dinsdag bekendgemaakt.

Wanneer een slachtoffer van seksueel geweld aangifte doet, bevatten de afgenomen stalen vaak een mengeling van cellen van het slachtoffer en de dader. De huidige standaardtechnieken scheiden de spermacellen van de vaginale cellen van het slachtoffer, om zo een DNA-profiel van de dader te maken. Maar als er te weinig cellen van de dader aanwezig zijn, is een DNA-profiel opstellen niet meer mogelijk. Vooral bij slachtoffers die pas na enkele dagen aangifte doen, is de kans op een bruikbaar spoor klein.
Leuvense onderzoekers vonden een oplossing. Met SpermFACS maken onderzoekers gebruik van fluorescence-activated cell sorting (FACS), een technologie die individuele cellen kan herkennen en selecteren. Een speciale vloeistof doet alleen de cellen van de dader oplichten. Daarna sturen ze het staal door een FACS-toestel, een nauwkeurige sorteermachine van de KU Leuven. De machine herkent de lichtgevende cellen en vist ze er één voor één uit, waardoor het DNA van de dader volledig zuiver wordt gescheiden van dat van het slachtoffer.
De test werkt zelfs als er tegenover één cel van de dader 7.500 cellen van het slachtoffer staan. Waar klassieke technieken vaak geen bruikbaar mannelijk DNA meer opleveren na 48 uur, slaagt de nieuwe technologie erin om DNA-profielen te verkrijgen tot minstens vijf dagen na het seksueel contact, wat de kans op een match met de dader aanzienlijk vergroot.
SpermFACS is niet gepatenteerd, zodat ook andere centra en labo's wereldwijd er gebruik van kunnen maken. De onderzoekers hopen dat de technologie een structurele impact zal hebben op de aanpak van seksueel geweld.
"De nieuwe DNA-test SpermFACS vergroot de kans dat we ook bij een laattijdige aangifte nog betrouwbaar DNA-bewijs kunnen vinden. In de praktijk melden veel slachtoffers zich niet onmiddellijk aan bij politie of medische diensten. Ze zijn in shock, voelen schaamte of angst of er zijn praktische drempels. Als het forensisch onderzoek dan dagen later plaatsvindt, bevat het biologisch bewijsmateriaal vaak onvoldoende informatie. Onze nieuwe test kan een wezenlijk verschil maken voor slachtoffers, zowel in het kader van gerechtelijke vervolging als voor hun gevoel van erkenning en rechtvaardigheid", zegt prof. dr. Bram Bekaert (foto), specialist forensische genetica in UZ Leuven.
Het team van professor Bekaert werkt ondertussen aan een vervolgproject. Samen met de biosensorgroep van de KU Leuven, onder leiding van professor Jeroen Lammertyn, loopt een studie om de techniek te miniaturiseren, zodat ze de stalen ook op een microchip kunnen analyseren. Daardoor zullen analyses sneller uitgevoerd kunnen worden. In de toekomst hopen de onderzoekers de methode ook te gebruiken voor contactsporen op andere bewijsstukken, zoals DNA-sporen op kledij of voorwerpen.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.