Wetsvoorstel fertiliteitscentra: leeftijdsgrens informatie donor naar 12 jaar

Het nieuwe wetsvoorstel werd al enige tijd voorbereid en is gericht op het afschaffen van de verplichte anonimiteit voor zaad- en eiceldonoren, een stap die al langer werd gevraagd door donorkinderen. Het wetsvoorstel kan ook een zet zijn om de forse kritiek op de gebrekkige controle van de fertiliteitscentra, te ontzenuwen.

Fertiliteitsartsen, zoals Prof. dr. Arne Vanhie (foto) van het UZ Leuven, waren al langer voorstander van het schrappen van de verplichte donor-anonimiteit, aangezien de noodzaak daartoe de afgelopen jaren duidelijk is geworden. Het afschaffen van de anonimiteitsplicht wordt alleszins gezien als een zeer positieve ontwikkeling.

Kinderen – (wens)ouders - familie

Onder de nieuwe regeling verandert een en ander voor donorkinderen en wensouders. Zo zullen kinderen vanaf 12 jaar moeten kunnen vernemen wie hun biologische vader of moeder is. De ouders van hun kant worden tot de leeftijd van 16 jaar van het kind automatisch betrokken in dit traject. Als een kind het gesprek over de donor vóór de leeftijd van 16 nog niet gehad heeft met de ouders, wordt dit gezien als een gemiste kans in de communicatie. Vanaf 16 jaar zou het kind ook zonder de ouders kunnen beslissen. Kinderen zullen ook kunnen opvragen hoeveel andere kinderen via dezelfde donor verwekt zijn. Vanaf 18 jaar kunnen zij contact leggen met halfbroers en halfzussen, mits iedereen daarmee akkoord gaat.

Leeftijdsgrens

De leeftijdsgrens van 12 jaar in het wetsvoorstel is opvallend, aangezien omringende landen 16 of 18 jaar hanteren. Hoewel de toekomstige praktijk zal moeten uitwijzen in hoeverre kinderen in de volle puberteit (12-14 jaar) hier actief behoefte aan hebben, kan een lagere leeftijdsgrens mogelijk discussies bij oudere tieners (14-15 jaar) vermijden. Sowieso kan die leeftijd nog schuiven in de toekomst, maar het is cruciaal om een onderscheid te maken tussen het verstrekken van de effectieve identiteit en het bespreekbaar maken van het donorschap zelf. Of 12 jaar de optimale leeftijd is voor de feitelijke identiteitsinformatie, blijft dus wel nog een discussiepunt. Maar wat de communicatie over donorschap zelf betreft, radan artsen wensouders aan om het donorschap al vanaf een veel vroegere leeftijd (vanaf 2-3 jaar) bespreekbaar te maken met het kind, duidt Prof. dr. Arne Vanhie in De Ochtend op Radio 1.

Impact op donoren?

Hoewel de vrees bestaat dat het verdwijnen van de anonimiteit de donatiebereidheid kan beïnvloeden, wordt de impact op de nationale donorpool waarschijnlijk beperkt geacht volgens professor Vanhie. “Dat komt doordat de meerderheid van de stalen in Belgische fertiliteitscentra (inclusief UZ Leuven) aangekocht wordt uit het buitenland, waar ‘ID release’ donoren – donoren dus die ermee instemmen dat hun identiteit bekendgemaakt kan worden - al veel langer worden gebruikt. De nationale donoren betreffen slechts een handvol patiënten per jaar, en het zal jaren duren voordat een dalingstrend zichtbaar wordt.”

De kwestie van anonimiteit speelt vooral sterk bij de donorkinderen. Hoewel niet alle patiënten bij de recente introductie van ID release donoren uit het buitenland actief overstapten van anonieme naar ID release donoren, kiest de meerderheid van de nieuwe patiënten die nu de keuze hebben, actief voor een ID release donor.

Donoren die in het verleden gedoneerd hebben onder het oude anonieme wettelijke kader, krijgen de keuze om zich kenbaar en vindbaar te maken. Het is moeilijk in te schatten hoeveel van deze donoren hierop zullen ingaan.

Voor donorkinderen die reeds geboren zijn onder de oude wetgeving, verandert er in essentie niet veel als de donor weigert zich te registreren. Zij zullen de identiteitsgegevens niet kunnen verkrijgen. 

Het voorstel vereist wel dat fertiliteitscentra niet-identificeerbare gegevens aan de databank toevoegen, maar fysieke kenmerken van de donor zullen waarschijnlijk onvoldoende zijn voor kinderen die op zoek zijn naar hun afstamming. 

De echte verandering door de nieuwe wetgeving zal zich pas ten vroegste binnen 12 jaar manifesteren, wanneer de eerste kinderen onder de nieuwe wet 12 jaar oud zijn.

Zeer recent raakte bekend dat Prof. dr. Dirk Ramaekers als crisismanager moet waken over een herstelplan bij het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG). Daarnaast zal een tweede audit de volledige werking van het geneesmiddelenagentschap in kaart brengen. Dat was al het antwoord  van minister Vandenbroucke (Vooruit) op het spermadonorschandaal in de fertiliteitscentra. Het mag duidelijk zijn: de te lakse opvolging van die centra in het verleden doet de minister nu plots een paar versnellingen hoger schakelen. 

Zelfs vanuit de meerderheid klonk immers scherpe kritiek. Frieda Gijbels (N-VA) sluit niet uit dat er een parlementaire onderzoekscommissie zal worden opgericht. "Dit is niet het laatste dat we hierover zullen horen", liet ze weten. Gijbels had dan ook al geruime tijd zelf een wetsvoorstel klaar.

> Medisch begeleide voortplanting wordt grondig hertimmerd

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.